
Marktstraat 9
Meijer
200 jaar geleden was dit de winkel van de ongehuwde zussen Maria Meijer (1777-1862) en Bernadina Meijer (1775-1829). In 1816 overleed hier ook een ongehuwde winkelier: Egbert ten Velde (1751-1816), dus het pand zal al heel lang kruidenierswinkel zijn geweest.
Na het overlijden van Maria in 1862, werd de winkel waargenomen door haar eveneens ongehuwde nichtje Susanna Meijer (1837-1869).
Brandehof
In 1862 verhuist de familie Brandehof van Denekamp naar Ootmarsum en vestigen zich aan de overkant op Marktstraat 6. Gerrit Jan Brandehof (1820-1901) was bakker en getrouwd met Maria Masselink (1821-1874). Ook een ongehuwde zuster van Gerrit Jan verhuisde mee: Johanna Brandehof (1827-1893). Het was de bakkerij van een oom van Gerrit Jan: Herman Lefert Veer (1802-1864), die inmiddels weduwnaar was en er was geen opvolging.
Het gezin arriveerde in Ootmarsum enkele weken na het overlijden van Maria Meijer. Waarschijnlijk is Johanna al snel in de winkel gekomen, want in 1864, nadat haar oom Herman Lefert Veer overlijdt en er een erfenis te verdelen was, koopt zij de winkel en verhuist naar dit adres. Ook haar moeder Maria Gesina Fehr (1790-1880) (de zuster van Herman Lefert Veer) komt hierbij inwonen.
Van Guldener
Waarschijnlijk om de kosten te drukken wordt een deel van de woning verhuurd aan rijksambtenaren. Eerst van 1864 tot 1867 aan Pieter Anthonie Bouwhuis (*1815) en vanaf 1868 aan Nicolaas van Guldener (1840-1899). Nicolaas zou hier niet weer weggaan: hij trouwt in 1872 met Johanna.
Als Johanna Brandehof in 1893 overlijdt, hertrouwt Nicolaas enkele maanden later met Gezina Eppink (1859-1918). Zij was dienstbode op Hotel Teusse. Samen zetten zij de kruidenierswinkel voort. Een jaar later werd een dochter geboren: Johanna Catharina Aleida van Guldener (1895-1955). Echt gekend heeft zij haar vader niet, want Nicolaas van Guldener overlijdt een paar jaar later op 59-jarige leeftijd.
Muurlink
Gezina Eppink hertrouwt het volgende jaar (1900) met de handelsreiziger Jacobus Hendrikus Nicolaas Muurlink (1853-1921), die zich vanaf 1908 winkelier noemt in de aktes van de burgerlijke stand. Het eigendom van de woning/winkel is al die tijd meegegaan met de gewijzigde situaties.
Rolink
Als haar moeder in 1918 en haar stiefvader Jacobus Hendrikus Nicolaas Muurlink in 1921 overlijden, wordt Johanna Catharina Aleida van Guldener de nieuwe eigenaresse. Zij trouwt twee weken na het overlijden van Muurlink met Jan Rolink (1882-1968) en koopt ook het pand links op Marktstraat 7 dat tot dan toe nog pakhuis was, het wordt weer woning en betrokken bij de winkel. Het echtpaar heeft de zaak voortgezet tot 1938. In 1928 verhuisde het gezin naar de Ganzenmarkt, de woning die bekend stond als Essinks Catootje.
Beld
In 1938 werd de winkel overgenomen door Jan Beld (1897-1970) die in dit pand samen met zijn vrouw Truus Kunne (1906-1991) niet alleen een kruideniers- en sigarenwinkel runde, maar ook vele andere artikelen verkocht. Jan had ook een fietswerkplaats aan de Denekamperstraat en de fietsenwinkel was hiernaast op nummer 7.
In 1972 is het pand verkocht aan de kruidenier Johan Tijhuis (1929-2018) en zijn vrouw Annie Luft (1934-2021). Het pand werd volledig gerestaureerd. Hun dochter Sylvia Tijhuis heeft hier later een modezaak in gevestigd.
Herkomst: Herman Steigstra
Datum: ± 2020


