
Kerkplein 12
Rond 1830 lagen op deze plaats twee percelen met de toenmalige kadastrale nummers A799 (links) en A800 (rechts). In 1955 zijn deze percelen samengevoegd tot wat nu Kerkplein 12 is.
De Stad 203
Broekhuis
Het linkerpand was in 1832 eigendom van kuiper Bernardus Broekhuis (1785-1853), waar zijn vader Albertus Brookhuis (*1766) ook al kuiper was. Zijn eerste vrouw Maria Geerdink (1788-1813) overleed hier in 1813, niet lang na de geboorte van hun tweede dochter. Bernardus trouwde nog datzelfde jaar met de dienstmeid Anna Terhorst (1785-1862), met wie hij nog 6 kinderen kreeg. Ook woonden hier zijn zus Maria Catharina (1791-1815) en zijn broer Wilhelmus (1788-1830), die ook kuiper was, tot hun overlijden in 1815 en 1830.
Bernardus en Wilhelmus waren kuiper op de kuiperij op het Kerkplein 10, waar ook 3 van de zoons van Bernardus kuiper waren: Albert (1816-1889), Lambertus Hendrikus (1821-1894) en Johannes Hendrikus (1827-1900).
De oudste dochter Aleida Maria (1819-1885) trouwde in 1841 met de 27 jaar oudere koperslager. Johannes Gerhardus Buijvoets (1792-1856). Het echtpaar bleef op dit adres wonen tot ongeveer 1855. In 1850 werd het pand aan de Oostwal 4 gekocht, waar zij hun winkel hebben geopend.
De jongste dochter Maria (1823-1863) trouwde in 1846 met Bernardus Smudde (1811-1886) en zij gingen wonen op de Walstraat 11.
De drie zoons bleven vooralsnog ongehuwd, totdat eerst vader Bernardus overleed in 1853 en moeder Anna in 1862. Er was toen geen vrouw meer in huis, waarna Johannes Hendrikus in 1862 trouwde met de weduwe Antonia Ossenvoort (1826-1892) en Albert in 1863 met Euphemia Aleida Oude Smienk (1830-1871). Hun broer Lambertus Hendrikus bleef ongehuwd. Hij verhuisde rond 1870 een paar huizen verder naar de Ganzenmarkt 1, waar zijn broer Johannes Hendrikus later woonde.
Johannes Hendrikus en Antonia gingen wonen aan de Ganzenmarkt 14. Albert en Euphemia Aleida verhuisden naar de Molenstraat.
Heesterwerth
In 1869 werd het pand verkocht aan Jan Heesterwerth (1831-1895), de zoon van de weduwe Aleida Ikink (1793-1884) die getrouwd was met de in 1858 overleden arbeider Johann Heinrich Heesterwerth (1787-1858). Het gezin woonde hiervoor op wat nu de Kapelstraat 20 is. Ook de zus Maria (1825-1890) en tweelingzus Hendrika (1831-1891) woonden hier. Hendrika en Maria waren winkelierster, waarschijnlijk ook op dit adres.
Na het overlijden van Hendrika en Maria in 1890 en 1891 bleef Jan alleen achter. In 1892 kwamen er twee meiden inwonen: Maria Geerdink (1866-1910) en Everharda Ikink (1866-1940). Jan overleed in 1895 en in 1896 werd de woning verkocht aan de buurman Wilhelm Quaink (1848-1921). De twee meiden vertrokken daarna naar Oldenzaal en Delden.
Quaink
De in Frenswegen geboren schoenmaker Wilhelm Quaink (1848-1921) woonde sinds 1863 in het rechterpand en trouwde in 1878 met Maria Ikink (1848-1918). In 1896 verhuisde het gezin naar het linkerpand. Er waren toen nog twee zoons in leven: Antonie Albertus (1879-1922) en Gerard (1881-1972). De hier door Hendrika en Maria Heesterwerth gevestigde kleine winkel werd door hen voortgezet, naast het werk van Wilhelm als landbouwer. Het pand rechts werd daarna gebruikt als werkplaats en stal.
Na het overlijden van de beide ouders in 1918 en 1921 werd de oudste zoon, de ongehuwde Antonie Albertus de eerste erfgenaam. Na het overlijden van de beide ouders in 1918 en 1921 werd de oudste zoon, de ongehuwde Antonie Albertus de eerste erfgenaam. Hij overleed al een jaar later en ging de woning over naar zijn broer Gerard, die in 1915 was getrouwd met Maria Femia Burink (1888-1926). Gerard was net als zijn vader schoenmaker en landbouwer. Ze kregen samen zes kinderen. Na het te jonge overlijden van zijn vrouw in 1926 hertrouwde Gerard in 1927 met Gezina Veelers (1893-1975) met wie hij ook zes kinderen kreeg.
Rechts van het woonhuis was de schuur waar drie koeien en een varken werden gehouden. Ook was daar de schoenmakerswerkplaats. De winkel was vrijwel de gehele dag open en er werd van alles verkocht. In 1955 werden beide percelen samengevoegd tot één nieuw perceel: A2941.
In 1966 werd de winkel gesloten, het echtpaar Quaink en zoon Frans verhuisden naar de Oostwal. Het pand werd eigendom van de RK kerk en in 1973 verkocht aan dr. Dekkers, die er zijn huisartsenpraktijk vestigde, nadat het in 1971 grondig was gerenoveerd.
Tegenwoordig wonen hier Gerard en Siny Hogeling, die de woning opnieuw een flinke facelift hebben gegeven.
De Stad 204
Het rechter perceel (De Stad 204) was tot 1828 eigendom van de naaister en klopje Joanna Maria van Loo (1759-1828).
Ter Horst
Na het overlijden van Maria van Loo in 1828 werd het pand verkocht aan schoenmaker Hermannus Henricus Terhorst (1790-1852). Hiervoor woonde hij aan de Molenstraat 7 waar zijn eerste vrouw Gerdina Elferink (1794-1830) was overleden, waarmee hij in 1817 was getrouwd. Hier overleden ook 2 van hun 6 kinderen. Na het overlijden van Gerdina in 1830, hertrouwde hij in 1831 met Euphemia Wintels (1801-1865), waarmee hij nog 6 kinderen kreeg.
In 1860 werd de oudste zoon Lambertus ter Horst (1819-1876) de nieuwe eigenaar na het overlijden van zijn vader in 1856. Lambertus was hier net als zijn vader schoenmaker en trouwde in 1858 met Johanna Maria Berning (1828-1878). Het echtpaar bleef kinderloos. Op 29 juli 1863 kwam hier een neef van Johanna Maria bij inwonen: Wilhelm Quaink (1848-1921), hij was nog net geen 15 jaar en leerde hier net als zijn oom het vak van schoenmaker.
In 1873 kwam hier ook de broer van Lambertus, de nog ongehuwde kuiper Gerhardus Johannes ter Horst (1846-1916) te wonen. Hij trouwde in 1877 met Hendrika Ossenvoort (1850-1931), zij was de dochter van de achterbuurman Hendrikus Ossenvoort en zijn vrouw Euphemia Gesina Morshuis die dus op Walstraat 4 woonden. Daar ging ook het jonge echtpaar wonen.
Na het overlijden van Lambertus in 1876 en zijn vrouw Johanna Maria in 1878 werd het pand in 1880 verkocht aan neef Wilhelm Quaink. Hij was inmiddels in 1878 getrouwd met Maria Ikink (1848-1918). Het echtpaar kreeg 7 kinderen, waarvan er 5 op jonge leeftijd overleden, waarschijnlijk was de behuizing erg slecht. In 1896 verhuisde het gezin naar het linkerpand en werd de woning waar het gezin tot dan toe woonde als stal en werkplaats gebruikt. Lees verder hierboven.
In het boek van Ben Morshuis Verdwenen Winkels in Ootmarsum staat een uitgebreide beschrijving van dit boeiende pand.
Herkomst: Herman Steigstra
Datum: ± 2020


