










Foto: Herman Steigstra; 2020
Vollenhoekweg 16
Rippert
De huidige woning ligt pal tegen de grens van het toenmalige perceel D285 en D283, dat toen nog bouwland was. Het perceel D283 was "de buurman". Dat is tegenwoordig bouwland van de familie Borggreve, maar destijds stonden hier twee woningen, waarvan de beschrijving hierna volgt.
De landbouwer Jan Herm Rippert (1793-1865) was eigenaar van het bouwland D285. Hij was sinds 1813 de echtgenoot van Joanna Heuver (1790-1858) en woonde met zijn gezin op de boerderij aan de overkant van de weg: Vollenhoekweg 14. Zoon Joannes Rippert (1815-1883) trouwde in 1851 met Maria Wissing (1812-1859). Na haar overlijden in 1859 hertrouwde hij met Helena Adelheid Rackers (1824-1910).
Ribbert
Dochter Sina Rippert (1862-1939) trouwde in 1880 met Gerhardus Johannes Ribbert (1859-1921) en zij werden de nieuwe eigenaren van het bouwland. Het echtpaar kreeg 8 kinderen, waarvan zoon Gerardus Hendrikus Ribbert (1892-1970) in 1924 de eigenaar van het bouwland werd. Hij was in 1923 getrouwd met Leida Meinders (1895-1940).
In 1924 wordt zoon Jan Ribbert (1924-2003) geboren. Hij werd in 1963 eigenaar van de boerderij en landerijen. Na de ruilverkaveling in 1968 werd de boerderij aan de overkant in gebruik genomen als schuur (K471) en bouwde hij hier in 1972 deze woning met het kadastrale nummer K469. Jan bleef vrijgezel.
Borggreve
Gerhardus Borggreve (1754-1807) pachtte tot zijn overlijden in 1807 de boerderij die eigendom was van het Huis Ootmarsum. Hij was in 1791 getrouwd met Joanna Alink (1766-1831), ook wel Joanna Mensink genoemd.
Na zijn overlijden in 1807 hertrouwde Joanna in 1808 met de landbouwer Gerrit Jan Volkers (1771-1861). Hij kocht in 1811 de twee boerderijen voor fl. 5100 van het Huis Ootmarsum. De boerderijen hadden de kadastrale nummers D282 (1320 m2) en D283 (80 m2). Gerard woonde aan de Vollenhoekweg 12 en nam de naam van het erf over: Gerrit Jan Borggreve. Er werden binnen dit huwelijk geen kinderen geboren.
Gerrit Jan kreeg in 1831, twee jaar voor het overlijden van zijn vrouw, een dochter (Maria Borggreve (1829-1848), geboren "ten huize van Jan Bodde") bij Johanna aude Grönvelt (1806-1888) met wie hij twee maanden na het overlijden van Joanna in het huwelijk trad. Zeven maanden na het huwelijk werd dochter Geertruida Borggreve geboren. Het lijkt aannemelijk dat Johanna aude Grönvelt woonde in de kleinere woning op het perceel D283.
Er werden uiteindelijk 11 kinderen geboren. De oudste zoon Hermannus Volkers (*1833) werd na het overlijden van zijn vader in 1861 de eigenaar, samen met zijn moeder Johanna aude Grönvelt. Van Hermannus is daarna niets meer bekend. In 1871 wordt de woning op D283 afgebroken en samengevoegd tot het bouwland met het kadastrale nummer D1057 ter grootte van 15.110 m2.
Zijn broer Albertus Borggreve (1845-1913) wordt in 1878 de eigenaar. Het kadaster vermeldt "Verklaring ...", wellicht is Hermannus naar Duitsland vertrokken.
In 1881 en 1883 worden er bijbouwen geplaatst, waarna het kadastrale nummer D1119 wordt toegekend. In 1884 brandt de boerderij gedeeltelijk af, waarna alles in 1886 wordt gesloopt. Alleen de schuur bleef staan.
Albertus overlijdt in 1913 ongehuwd.
In 1914 gaan de bezittingen via een legaat over naar Hermann Bernard Borggreve (1875-1964) en zijn vrouw Johanna Susanna Wermelink (1891-1975). Zijn broer Geert Borggreve (1884-1957) werd ook eigenaar van een deel van de landerijen. Hij stichtte op Huttenweg 7 een nieuwe boerderij.
In 1963 wordt hun zoon Gerhard Johan Albertus Borggreve, getrouwd met Truus Veldscholten de eigenaar van de percelen.
Tekst: Herman Steigstra










