










Foto: Herman Steigstra; 2021
Laagsestraat 37
Aan het begin van de 19e eeuw lag hier een stuk heide dat eigendom was van de Markte van Nutter. Het perceel met het kadastrale nummer A97 had een grootte van 43.730 m2. Rond 1853 wordt de heide in delen verkocht. Johanna Roesthuis (1823-1910) werd de eigenaresse van een stuk heide ter grootte van 4310 m2 met het kadastrale nummer A1694. Johanna was de dochter en erfgename van de landbouwer Lucas in oude Kienhuijs (1776-1842), ook wel Lucas Roesthuis genoemd, de achternaam die zijn kinderen ook kregen. Lucas was in 1822 getrouwd met Henrica Beneirink (1790-1852). Het echtpaar kreeg drie dochters, waarvan Johanna de oudste was.
Lucas was eigenaar van een flink aantal percelen bouwland op de Ootmarsummer Esch en een perceel grenzend aan Erve Epman aan de Spölmanweg. Op het bouwland ter grootte van 2760 m2 en kadastraal bekend onder nummer A95 werd in 1857 een woning gebouwd. Er werd wat grond uitgeruild met buurman Berend Jan Lohuis van Erve Epman.
Johanna was in 1843 getrouwd met Gerrit Jan Olde Meule (1815-1855) uit Oldenzaal, waarmee ze drie kinderen kreeg. Gerrit Jan overleed in 1855 en Johanna hertrouwde later dat jaar met Fredericus Steggink (1828-1910), waarmee ze nog vier kinderen kreeg.
In 1863 wordt de woning afgebroken en wordt het perceel bouwland. In datzelfde jaar wordt deze woning aan de Laagsestraat in gebruik genomen. Het lijkt er dus op dat de woning nabij Erve Epman herplaatst is. Op Google.maps is nog de oude perceelsgrens te zien, zie de afbeelding hiernaast.
Olde Meule
Hun oudste dochter Johanna Roesthuis (1823-1910) was enkele maanden na het overlijden van haar vader in 1844 getrouwd met Gerrit Jan Olde Meule (1815-1855) met wie zij drie kinderen kreeg.
Na het overlijden van haar eerste echtgenoot in 1855, hertrouwde Johanna datzelfde jaar met Fredericus Steggink (1828-1910) en werden er nog vier kinderen geboren.
In 1863 werd er op dit perceel een woning gebouwd met het kadastrale nummer A2367. In de volgende jaren werd er regelmatig bijgebouwd en kwamen de kadastrale nummers A2616, A2735 en A2839 voorbij.
Steggink
Rond 1900 verhuisde het gezin (Fredericus en Johanna, stiefzoon Bartus Olde Meule met zijn vrouw Johanna Veldscholten en 10 kleinkinderen) naar Den Brink, een tot woning omgebouwde schuur.
In 1906 werd de woning overgenomen door Gerhardus Johannes Steggink (1855-1929). Voor zover we kunnen nagaan geen familie van Fredericus Steggink en Johanna. Hij trouwde in 1907 met de weduwe Aleida Sanders (1877-1952). Zij had een kind uit haar eerste huwelijk met Johannes Wevelkate (1866-1899), die 8 maanden na zijn huwelijk oveleed, nog voordat zijn zoontje werd geboren.
In 1933 is de woning enkele tientallen meters verderop herbouwd in verband met de verlegging van de kruising Laagsestraat/Spölmanweg. Het nieuwe kruispunt kwam deels te liggen op de plek waar de oorspronkelijke woning stond en kreeg het nieuwe kadastrale nummer A3306 .Dochter Stien Steggink (1889-1957) was in 1919 getrouwd met de smid Bernard Jansen (1891-1981). Stien was meid bij het gezin van Albertus Cornelis Beukers (1862-1936), kastelein en later caféhouder van hotel Tubantia. Bernard werd in 1935 eigenaar van de woning. Het echtpaar woonde zelf aan de Walstraat, waar Bernard ook zijn smederij had.
Schulten
Bernard Schulten (1907-1956) trouwde in 1936 met Mien Kuipers (1911-1979) en kochten deze woning. Tot zijn overlijden in 2025 woonde hun zoon Bennie (1945-2025) hier met zijn vrouw Carla. Hun zoon Willem (1944-2009) bouwde de woning naast de bestaande woning en werd huisnummer 35.
Tekst: Herman Steigstra




