










Foto: Herman Steigstra; 2020
Nieuwe Almelosestraat 8
Korenmolen en molenaarswoning
Hier stonden twee eeuwen geleden een korenmolen (A282) en een woning met het kadastrale nummer A269 die eigendom waren van de gemeente. Er woonden uitsluitend molenaars in. Op 31 januari 1767 brandde de molen af, waarna hij herbouwd werd.
De oudst bekende molenaar na 1767 is Jan van Oonk. Later komen we de molenaars tegen Jan Hendrik Voortman (1758-1836) en Egbert Vonke (1800-1867). Egbert was hier in elk geval molenaar en kleermaker van 1829-1837 en in 1867 in Zenderen overleden.
Van 1842 tot zijn overlijden in 1860 woonden hier de landbouwer Hendricus Duise (1802-1860) en zijn vrouw Hermina Haarhuis (1807-1861). Zij kregen 7 kinderen, waarvan alleen twee dochters de volwassen leeftijd bereikten.
Daarna kwam hier de molenaar Jan Weggeman (1818-1891) met zijn vrouw Anna Maria Schierholt (1821-1892) te wonen. Eind 1867 vertrok het gezin naar Rijssen.
Bökkers
De molenaar Johannes Hendrikus Bökkers (1820-1901) verhuisde begin 1867 vanuit Weerselo naar de Almelosestraat waar hij met zijn gezin (zijn vrouw Johanna Arke (1830-1893) en op dat moment 5 kinderen) ging wonen. Kort daarna verhuisde het gezin naar dit adres, vlak naast de korenmolen.
In 1868 (volgens het kadaster, zou dus ook 1867 kunnen zijn) worden de woning en de naastliggende korenmolen gekocht door een drietal ondernemers: Gerardus Brunninkhuis (1825-1875) (bakker/molenaar), winkelier Gradus Moekotte (1818-1895) en molenaar Johannes Luttikhuis (1819-1869). In 1873 worden de woning en de korenmolen gekocht door Johannes Hendrikus Bökkers zelf.
In 1885 wordt de woning gesloopt en herbouwd en krijgt het kadastrale nummer A1898 .
In 1907 wordt er een deel bijgebouwd. Het eigendom is inmiddels overgegaan op zoon Andreas Bokkers (1853-1912) die ook molenaar was. Hij was in 1897 getrouwd met Catharina Euphemia Caffier (1870-1935) en er werden drie kinderen geboren.
In 1951 werd de woning verbouwd tot een dubbele woning. De korenmolen, de woning en het erf werden samengevoegd tot één nieuw perceel: A2907 . Toon Bökkers (1899-1958) was inmiddels de eigenaar van het nieuwe perceel. Hij was in 1941 getrouwd met Rieks Eertman (1913-1997). Zij kregen 7 kinderen.
Zoon Karel Bökkers werd na het uitwisselen van wat grond met de gemeente de nieuwe eigenaar. Het nieuwe nummer werd B410.
In 2002 werd de woning afgebroken, om plaats te maken voor een nieuwe dubbele woning, waar in 2003 Jan Pikkemaat (1941-2019) en zijn vrouw Tine Bökkers (1943-2015) gingen wonen. Tine was een dochter van Toon Bökkers.
Tekst: Herman Steigstra
Foto: Heemhuis; 2012
Gedenksteen
Gedenksteen met jaartal 1767 in Romeinse cijfers in de muur aan de noordzijde van de voormalige molen. Het onderste deel van de vroegere molen is verbouwd tot woning. De gedenkstenen zijn echter behouden.
De toegang tot de molen was vroeger via de Molenstraat, de Parkstraat werd pas in de jaren ’50 aangelegd. De molen wordt nu (2012) bewoond door Kitty Bökkers, dochter van de laatste molenaar Toon Bökkers (1899-1958). Boven de boogvormige deur is in de muur een gevelsteen gemetseld met de Romeinse cijfers MDCCLXVII: 1767, het jaar waarin de molen afbrandde maar werd herbouwd in een andere stijl.
In Jaarboek 2012 van de Heemkunde Ootmarsum is een artikel gewijd aan huisgevels: “Stenen boodschappen” door Henk Eweg.
Tekst: Herman Steigstra
Foto: Heemhuis; 2012
Molen/woonhuis Bökkers
De tot woonhuis verbouwde molen van Bökkers. Woonhuis/molen van de familie Bökkers. Bewoond door beneden: Kitty Bökkers en boven: Jan Bökkers
Zie ook het artikel “Stadsmolen Ootmarsum” door Toon Bökkers in Jaarboek 2013 van de Heemkunde Ootmarsum.
Tekst: Herman Steigstra
Foto: Heemhuis; 2003
Nieuwbouw woningen Bökkers
Bouwterrein aan de Molenstraat waarop de familie Bökkers twee huizen bouwt. Gezien vanaf de voormalige molen/woonhuis Bökkers waar in 2003 Monique Veelers woont.
Tekst: Herman Steigstra
Foto: Heemhuis; 2003
Nieuwbouw woningen Bökkers
Bouwterrein aan de Molenstraat waarop de familie Bökkers twee huizen bouwt. Achter staat de voormalige molen/woonhuis Bökkers waar in 2003 Monique Veelers woont.
Tekst: Herman Steigstra
Foto: Heemhuis; 2003
Nieuwbouw woningen Bökkers
Bouwterrein aan de Molenstraat waarop de familie Bökkers twee huizen bouwt. Achter staat de voormalige molen/woonhuis Bökkers waar in 2003 Monique Veelers woont.
Tekst: Herman Steigstra
Foto: BMS; 27 april 2002
Molen Bökkers
Foto: BMS; 27 april 2002
Molen Bökkers
Foto: BMS; 2000
Molen/woonhuis Bökkers
Foto: BMS; 2000
Molen/woonhuis Bökkers
Foto: Heemhuis; 1985
De molen van Bökkers voor de restauratie
De molen werd gerestaureerd en verbouwd tot woonhuis.
Tekst: Herman Steigstra
Foto: Heemhuis; 1975
De molen van Bökkers
De molen is al lang niet meer in gebruik als korenmolen. men overweegt er een woonhuis van te maken.
Tekst: Herman Steigstra
Foto: Heemhuis; 1960
De vroegere molen van Bökkers
De molen is al lang niet meer in gebruik als korenmolen. Men overweegt er een woonhuis van te maken.
Tekst: Herman Steigstra
Foto: Heemhuis; 1935
Molen 1935
De stadskorenmolen van Bökkers in volle glorie.
Tekst: Herman Steigstra
Foto: Heemhuis; 20 januari 1928
Gehavende molen
De gehavende molen van Bökkers na een zware storm. Een vreemd gezicht: een molen met 2 wieken.
“De windmolen van de weduwe Bökkers leed een geweldig verlies door het afbreken van een der wieken die met groot geraas omlaag stortte en vrij ernstige schade aanrichtte.”
Oorspronkelijk was de molen een stadsmolen. Toen Ootmarsum nog een vestingstadje was, was een van de bijzondere rechten dat er een korenmolen mocht staan. De molen was oorspronkelijk in het bezit van de stad Ootmarsum. De molen werd in de 19e eeuw verkocht aan een particulier: Bökkers. De molen is na deze storm verder ontmanteld. Machines namen het werk over. Het bovenste deel van de molen werd afgebroken waarna alleen de stenen romp tot op de dag van vandaag bleef staan. Het is nu woonhuis.
Tekst: Herman Steigstra
Foto: Heemhuis; 1922
Panorama met Engels' tuin
Ansichtkaart uitgegeven door Kip en Kemperink Ootmarsum. Postzegel van 2 cent 1922. Je kijkt tegen de voorkant aan van de huizen in de Grotestraat. Het witte huis rechts werd vroeger bewoond door Alfred Bendien (1867-1929) (directeur Damast), later werd dit bij de winkel van Buijvoets aangetrokken en in 1998 afgebroken. Daarnaast: woonde goudsmid Adolph Greveler (1853-1930), later van Benthem kleermaker, nu (1998) bar bistro ’t Zolderke. Het huis met houten puntige voorgevel was boerderij Rouwers, thans kapsalon Wim Spaltman. Geheel links thans bakker van Benthem.
Links achter de haag ligt Engels’ tuin. Naast de haag ligt nu Hazelrot met de volkstuintjes. Rechtsachter staat de molen van Bökkers. Het witte huisje stond in een tuin van het klooster. Op de voorgrond de panden aan de Grotestraat.
Tekst: Herman Steigstra
Foto: Heemhuis; 1908
De stadskorenmolen van Bökkers in volle glorie.
In 1502 gaf bisschop Frederik van Baden aan Ootmarsum het windrecht, d.w.z. vergunning tot het oprichten van een korenwindmolen bij de stad. In januari 1767 brandde de molen af en werd spoedig herbouwd als op deze foto uit 1908. In 1873 ging de stadskorenmolen over aan de familie Bökkers uit Weerselo. Het kleine jongetje is de 9-jarige Toon Bökkers (1899-1958) (Teunke).
In 1929 waaiden bij een storm twee wieken van de molen. Pogingen om de historische molen gerestaureerd te krijgen mislukten. Toen besloot de heer A. Bökkers het hele bovendeel te slopen en op motorkracht verder te werken.” Na het overlijden van haar man Toon Bökkers (1899-1958) heeft Riek Bökkers-Eertman (1913-1997) de zaak nog jarenlang voortgezet. Tegenwoordig rest van de molen nog het onderste gedeelte dat in 1983 verbouwd is tot een mooie woning. De oorspronkelijke vorm is daarbij behouden gebleven.
In Het Vizier stond op 22 mei 2002 het volgende artikel over de molen:
Voor Ootmarsum was het bezit van een windmolen bijzonder lucratief. Het betekende een grote bron van inkomsten: de boeren uit de omtrek waren vanaf dat moment n.l. verplicht hun graan op de Ootmarsumse molen te laten malen en moesten daar flink voor betalen. De molenaar was in dienst van de stad en kreeg een vast salaris. Hij moest de opbrengst van het malen in geld of in natura aan het stadsbestuur afdragen. In oude geschriften is sprake van benoemingen in 1624, 1671, 1678, en 1731. Het functioneren van een molen is in hoge mate afhankelijk van de wind en daarom werd een molen op een hoog punt even buiten de stad gezet. Was het echter windstil en kwam een boer toch met een voorraad graan, dan was hij verplicht dit minimaal twee dagen te laten staan op straffe van boete in geld of natura.
De stadsmolen stond aan het eind van de huidige Molenstraat. Het financiële belang van de molen nam af nadat in 1811 Tubbergen en in 1818 Denekamp zelfstandig waren geworden. De boeren uit die gemeenten hoefden toen n.l. niet meer verplicht naar Ootmarsum om daar hun koren te laten malen. In 1866 besloot het stadsbestuur om de molen te verkopen. Een driemanschap bestaande uit Gradus Moekotte (1818-1895) (Winkelier Ootmarsum), Gerardus Brunninkhuis (1825-1875) (bakker Reutum) en Johannes Luttikhuis (1819-1869) (landbouwer/tapper) werd eigenaar. Ze zochten naar een bekwame molenaar en in 1867 kwam Johannes Hendrikus Bökkers (1820-1901) uit Weerselo met zijn gezin van 6 kinderen in het molenaarshuis wonen.
In 1873 werden de molen en de woning verkocht aan Johannes Hendrikus Bökkers. Na zijn overlijden werd de molen aan zoon Andreas Bokkers (1853-1912) verkocht. De molen kostte Bökkers Fl. 3196,66. Om niet geheel afhankelijk te zijn van de wind, plaatste hij een motor in de molen. Andreas Bokkers overleed in 1912 en werd opgevolgd door zijn zoon Toon Bökkers (1899-1958). Mede dankzij de motor kon constant worden gemalen en gingen de zaken goed.
In 1929 was er een zware storm waarbij 2 wieken van de molen waaiden.
Tekst: Ootmarsum Vroeger en Nu (Gustaaf Klaas)
Foto: Heemhuis; 1767
Bouwtekening 1767
Bouwtekening uit 1767 van de stadsmolen van Ootmarsum. De stadsmolen was 31 januari 1767 afgebrand en er moest een nieuwe molen gebouwd worden. De stadsmolen werd door de stad Ootmarsum verpacht aan verschillende molenaars. In 1767 was dat molenaar Jan van Oonk. De familie Bökkers kocht de molen in 1873.
Tekst: Herman Steigstra

▼ Historische adressen
Kadastraal in 1832: A282
| Jaar | Kadastraal | Adres |
|---|---|---|
| 1852-1870 | A282 | Binnen Esch & Kers Berg 157 |
| 1870-1880 | A282 | Ootmarsum - |
| 1880-1940 | A1898 | Ootmarsum - |
| 1940-1950 | A1898 | Ootmarsum, Nieuwe Almelosestraat 315 |
| Heden | B725 | Ootmarsum, Nieuwe Almelosestraat 8-8a |















