










Foto: Herman Steigstra; 2020
Almelosestraat 37-39
Aan het begin van de 19e eeuw lag hier een tuin die eigendom was van de fabrikant Bernardus Craemer (1755-1844). Hij woonde zelf in de Grotestraat. Het perceel had het kadastrale nummer A557 en was 2030 m2 groot.
In 1887 wordt zijn buurman, de wijnhandelaar en bierbrouwer Willem Jacob Santman (1841-1913), de nieuwe eigenaar. Hij verkoopt de tuin in 1895 aan de schoenmaker Hendrik Hulshof (1848-1930), die ook in de Grotestraat woonde.
In 1930 wordt het perceel gesplitst. Het linkerdeel krijgt het nummer A2480, waarop in 1935 twee woningen worden gebouwd met nu de nummers 37 en 39. De aannemer Jan aan de Stegge (1883-1960) werd de eigenaar van het dubbele woonhuis, dat het kadastrale nummer A2564 kreeg. Het onbebouwde deel (later Almelosestraat 35) werd A2565.
In 1954 wordt de woning kadastraal gesplitst. Links wordt A2924 (nummer 37) en rechts A2923 (nummer 39).
De linkerwoning heeft daarna vele eigenaren gehad. Theo Budde (1955-1957), Willem Silderhuis (1957) en vanaf 1957 de melkcontroleur Herman Heerink (1909-1983). Vanaf 1974 heeft de woning het kadastrale nummer B264.
De rechter woning werd door kommiezen bewoond. Eerst door Hendrik Boelen (1899-1973) en zijn vrouw Fennechien Hidding (1899-1991), beide uit Onstwedde. Na hun vertrek in 1936 vestigde het echtpaar Jan de Jonge (1901-1945) en Aaltje de Jonge-Jaspers (*1906) uit Lonneker zich hier. Na het tragisch overlijden van Jan de Jonge kort na de bevrijding, verhuizen zijn weduwe en twee kinderen in 1946 naar Enschede.
In 1955 wordt de woning verkocht aan Henk Hutten (1920-1983), in 1955 getrouwd met Jo Jansen (1924-1996).
Foto: Heemhuis; mei 1945
Een bijzonder verhaal uit 1945
Het is op Bevrijdingsdag 5 mei 2026 een grijze en waterkoude dag in Ootmarsum. Gelukkig wapperen er her en der vlaggen, want vrijheid mag en ‘moet’ je vieren. Op het moment dat je dat bedenkt, komt er een mail binnen, die je laat beseffen dat het vieren van de bevrijding voor sommigen zeer zeker een keerzijde heeft.
Het is een verhaal dat we kregen van Coen de Jonge. Op het moment van de bevrijding is hij drieënhalf jaar jong. Hij woonde aan de voet van de Kuiperberg met zijn moeder en broertje Hans, die een half jaar eerder geboren is. Hun huis aan de Almelosestraat is een dubbelblok dat ook wel Commiezenhuis werd genoemd. Aan de andere kant woonde de bekende juffrouw Staverman. Vader Jan de Jonge (1901-1945) (42 jaar) is een paar weken geleden bij een verkeersongeluk overleden. De vreugde van de bevrijding was binnen dit gezinnetje met deze klap verdwenen. Na de dood van vader Jan kreeg het gezin veel steun van Riekie Oortmann-Hombert (1890-1969) van de boerderij ‘om de hoek’.

Van hem kregen we het onderstaande relaas. Een bijzondere herinnering aan die periode rondom de vijfde mei. Verder weet Coen nog dat er militaire voertuigen bij de Simon en Judaskerk stonden en dat hij daar even op mocht klimmen. Verder weet Coen nog dat een jaar of wat eerder een Engelse piloot bij hen thuis een fotootje van hem maakte. Kennelijk zorgde zijn vader heimelijk voor onderdak en verder transport. Niet veel later vertrok de piloot naar een ander adres…
Plat voorover in het weiland
“Het late voorjaar van 1945. Ik ben bijna drieënhalf jaar en steek de weg over naar het huis van een vriendje, aan de voet van de Kuiperberg in Ootmarsum. Eigenlijk kan dat niet op mijn nog jonge leeftijd, maar mijn moeder is enorm verdrietig. Een paar weken eerder is mijn vader, lid van de Binnenlandse Strijdkrachten, met zijn Harley Davidson – gekregen van de bevrijders – in de buurt van het vliegveld Twente doodgereden. Er was een militaire truck met een Canadese chauffeur, die geen voorrang gaf. ‘Alles zoop en naaide’ immers, zoals Remco Campert al zei. De jubel van de bevrijding was bij ons met een reuzenklap verdwenen.
Als ik bijna de weg over ben, zie ik in het oplopende weiland tegenover me twee jongemannen met rare lange grijze jassen. Ze hebben ook vreemde petten op. Ineens zetten ze het op een lopen en laten zich dan plat voorover vallen, de handen achter hun hoofd. Dan zie ik rechts van me een grote truck aankomen, vol soldaten met heel andere kleren. Canadezen, hoorde ik later.
Ik heb geen idee, maar blijf wel kijken. De soldaten in de truck lachen zich een ongeluk, wijzen naar die twee in het weiland. Ik sta er precies tussenin. De truck rijdt gewoon door, de Kuiperberg op.
Verder denk ik er niet zo over na. Ik loop verder naar het grote huis op de heuvel. Daar spelen we vaak in de kelder, een ruimte met veel geheimzinnige buizen. Hoe dat vriendje heette weet ik niet meer.
Pas veel later kreeg ik door wat er gebeurde. Twee Duitse soldaten, waarschijnlijk gedeserteerd, jonge jongens op weg naar hun moeder, aan de andere kant van de grens. En de Canadezen lieten ze lopen.”
Coen de Jonge (1942)

▼ Historische adressen
Kadastraal in 1832: A557b
| Jaar | Kadastraal | Adres |
|---|---|---|
| 1940-1950 | A557b | Ootmarsum, Almelosestraat 271c |
| Heden | B265 | Ootmarsum, Almelosestraat 39 |

▼ Bevolkingsregister
In het bevolkingsregister zijn onderstaande pagina's gevonden, die een relatie hebben met dit adres:

Adres: Ootmarsum A 334 (386/271c)
| bewoner | geboortedatum | geboorteplaats | rol | beroep | opmerkingen |
|---|---|---|---|---|---|
| Hendrik Boelen | 8 april 1899 | Onstwedde | hoofd | kommies rijksbelastingen | ingeschreven op 16 februari 1932 vanuit Tubbergen vertrokken op 29 oktober 1936 naar Emmen |
| Fennechien Hidding | 1 november 1899 | Onstwedde | vrouw | "       " | |
| Jan Boelen | 21 februari 1925 | Losser | zoon | "       " | |
| Engel Boelen | 31 maart 1927 | Tubbergen | zoon | "       " | |
| J.B. | |||||
| Johanna Derkina Boelen | 9 juli 1935 | Ootmarsum | dochter | vertrokken op 29 oktober 1936 naar Emmen |

Adres: Almeloscheweg 271c
| bewoner | geboortedatum | geboorteplaats | rol | beroep | opmerkingen |
|---|---|---|---|---|---|
| Jan de Jonge | 22 oktober 1901 | Noord Eschmarke | hoofd | Kommies belastingen | ingeschreven op 11 december 1936 vanuit Tubbergen |
| Aaltje Jaspers | 26 oktober 1906 | Lonneker | vrouw | "       " |




