Joke van Zuilekom: Paddenaktie Ageler Es 1987

NATUURSTUDIEGROEP

Naast de gebruikelijke excursies in de omgeving heeft ze in juni 1987 een tocht naar het Teutoburgerwald gemaakt. De kalkgroeve bij Lengerich was het doel van de reis. Door de kalkrijke bodem en doordat het publiek deze plek nog niet heeft ontdekt is het een eldorado voor iedere botanicus. Een grote verscheidenheid aan zeldzame planten trof de groep er aan zoals akelei, bingelkruid en heelkruid, addertong en verder nog zeven soorten Orchis.

Ook heeft ze aan excursies van de cursus “Vogels kijken” deelgenomen, o.a. naar de Oostvaardersplassen. Vanuit een schuilhut de aalscholvers bespied.

Naar aanleiding van de cursus Bodemonderzoek is de groep geabonneerd op het tijdschrift van de Stichting Natuur en Milieu. Andere cursussen, die door deze stichting gegeven worden, zijn evenwel te ver uit de buurt om te kunnen volgen.

De groep houdt zich nu bezig met mossen en grassen. In overleg met J. Westrik (S.B.B.) gaat ze wegbermen inventariseren. Van de jeugdgroep zijn vijf leden aan deze groep toegevoegd. Enkele van hen hebben al aan excursies deelgenomen. Tenslotte heeft ze aan de paddeval meegewerkt en streeplijsten bijgehouden.

Helaas is in april de heer D. Muusers overleden; aan hem verliest de groep een gewaardeerd lid.

Leider A. Horsthuis, rapporttrice L. Willemsen.

 

Paddenaktie Ageler Es 1987

Op zaterdag 28 maart hebben we ’s morgens 8.30 uur de paddenval opgezet. Ondanks een sterke gure wind verliep alles vlot en rond half elf kregen we na afloop een lekker kopje koffie.

Eigenlijk hadden we op zaterdag 21 maart de val op willen zetten, maar toen zat de vorst nog in de grond; na ± 10 c.m. kregen we de schop niet verder, zodat we de emmers niet konden ingraven. Van maandag 23 t/m 27 maart was de bodemtemperatuur 4 à 6 graden C. en de buitentemperatuur ± 10 graden C.

29 maart. ’s Morgens hebben we de veertig emmers genummerd; zo krijgen we een idee uit welke hoek de meeste padden komen. Er zijn nog geen padden op pad; alle emmers waren, op een enkele spin of tor na, leeg.

Een automobilist stopte en informeerde naar de gang van zaken. Zijn buurman, die regelmatig op de es komt, had al padden bij het kleigat gezien.

De paddentrek komt pas goed op gang als de bodemtemperatuur 6 gr. C. of hoger is. Dan gaan de padden naar het water, waarin ze vijf jaar geleden geboren werden. Tijdens de lange tocht worden al veel paartjes gevormd. Het mannetje omklemt het bredere wijfje en zo loopt ze met het mannetje op de rug richting kleigat. Uit de telling in voorgaande jaren blijkt, dat er meer mannelijke dan vrouwelijke padden naar het kleigat komen.

31 maart. De eerste pad zit in de emmer, een hoogzwanger vrouwtje.

1 april. De natuur begint langzaam uit de winterslaap te ontwaken. Heel voorzichtig begint het longkruid rose en later blauw te bloeien. Het was vandaag de eerste zonnige lentedag, de Lieveheersbeestjes kwamen tevoorschijn. In de tuin hebben we de eerste vlinders waargenomen, n.l. een citroenvlinder en een dagpauwoog.

2 april. In het Vizier stond deze week als “Siepellik” te lezen:

Voor de pad en zijn naaste verwanten
Plaatst men emmers en gaas langs de kanten
Dan wordt hij keurig en net
In een vijver gezet……
Je zult je maar zo voort moeten planten.

5 april. Vanmorgen was de vangst 24 stuks en gisteren 22.

6 april. In de sloot naast het kleigat wat kikkerdril waargenomen, in de emmers zaten maar 2 padden. Tot heden zijn er 97 padden overgezet.

8 april. Gistermorgen was de bodemtemperatuur 7,5 gr. en de buitenlucht 12 gr. C. Dat was vanmorgen ook goed te merken. Er zaten 145 padden (87 manl. en 58 vrl.) in de emmers; hierdoor komt het totaal op 237. Van de 87 mannetjes hadden er 38 al een partner gevonden.

11 april. In de sloot zagen we nog een flinke plak kikkerdril.

13 april. Bij het leeghalen van de emmers telden we 19 padden, 9 mannetjes en 10 vrouwtjes; hiervan hadden zich al 7 paartjes gevormd. Bij het kleigat constateerden we dat nog twee mannetjes een vrouwtje hadden gevonden, zodat slechts 1 vrouwtje alleen het water in zwom.

21 april. Het kikkerdril is uit.
Verder zagen we een zwaluw, twee patrijzen en twee scholeksters. Sinds een week is de bodemtemperatuur 8 gr. C. Dagelijks zitten er ongeveer 25 padden in de emmers. Tot op heden hebben we 534 padden overgezet.

27 april. In het kleigat zijn eiersnoeren. Sommige snoeren waren al “leeg”, anderen wemelden van “paddevisjes”. Ondanks de hoge bodemtemperatuur en een buitentemperatuur van ± 12 gr. C. hebben we nog maar vier padden na 21 april geraapt. De paddentrek is weer voorbij. Het gaas wordt weer opgerold en alle veertig gaten in de berm gedicht. Er zijn 538 padden veilig overgezet, terwijl er 52 zijn overreden.

Ter vergelijking:
In 1986 duur: 23 maart/6 mei; overgezet 767 padden, 7 werden overreden.
In 1985 duur: 26 maart/21 april; overgezet 943 padden, 65 werden overreden.
In 1984 duur: 26 maart/7 mei; overgezet 748 padden, 30 werden overreden.

Natuurstudiegroep.
Samenstelling Mevr. J. van Zuilekom.

Oorspronkelijke bron
Jaarboek Heemkunde 1987, pagina 28: Joke van Zuilekom: Paddenaktie Ageler Es 1987

Dit artikel toont de tekst van de oorspronkelijke publicatie in het jaarboek. De opmaak kan voor deze webversie licht zijn aangepast. Veel afbeeldingen in deze artikelen zijn 'aanklikbaar', waarna een uitgebreidere beschrijving wordt getoond.

Ga naar de inhoudsopgave van 1987 →
Joke van Zuilekom: Paddenaktie Ageler Es 1987
2026-10-24 04:02:50