Grensstenen

WERKGROEP GESCHIEDENIS II

De tweede werkgroep Geschiedenis heeft zich het afgelopen jaar bezig gehouden met de bestudering van de geschiedenis van de oude kerk en de parochie Ootmarsum. De vorige studie over de grens is afgesloten en verwerkt tot een manuscript van ± 47 bladzijden.

Als nieuwe leden van de groep traden toe de heer en mevr. v.d. Kolk. Helaas overleed het oud-werkgroeplid de heer Smit het afgelopen jaar. Hier volgt een uittreksel van het boekje:

Grensstenen

De grens tussen de Graafschap Bentheim en Twente

De werkgroep Geschiedenis II heeft het onderzoek van bovenstaande afgesloten en een boekje samengesteld, dat zich op dit moment in onze bibliotheek bevindt.

Een samenvatting van dit boekje volgt hieronder!

De reden, dat we een onderzoek naar een gedeelte van onze landsgrens hebben gedaan is:

— Het Kerspel Ootmarsum had vroeger landsgrenzen, omdat Denekamp en Tubbergen binnen het Kerspel Ootmarsum vielen.

— En in 1548 was een vergadering te Ootmarsum, die tot doel had om grensconflicten te regelen en een verdrag op te stellen.

Echter in 1824 werd te Meppen een nieuw grensverslag opgesteld voor onze gehele oostelijke landsgrens, voorzover die ons scheidde van het Koninkrijk Hannover. Een nauwkeurige grensbepaling was hiervan het gevolg en mede hierdoor was dit een aanleiding om een tocht langs de grens te maken om te onderzoeken wat er aan oude markeringen nog te vinden is.

Een beschrijving van de stenen was voor ons minder belangrijk, dan wel om een overzicht te geven van de gebeurtenissen en toestanden zoals zich die daar toen afspeelden.

Als grensmarkering werden vroeger vaak bomen of aanwezige objecten in het landschap genomen en ook werden er “Kruiskuilen” gegraven, dat zijn in de vorm van een kruis gegraven kuilen.

Op de stenen zien we vaak het Bourgondische, Overijsselse, Bentheimer en Münsterse wapen afgebeeld.

Als lezer nemen wij U mee op onze tochten en we beginnen in Overdinkel bij grenssteen 1, genoemd de “Drieland”, waar Nederland en de Duitse deelstaten Nedersaksen en Noord-Rijnland Westfalen samenkomen.

Bij steen 6 aangekomen ligt een brug over de Dinkel, vermoedelijk de “Losserbrugge”, waar afgezanten van bisschoppen en steden elkaar ontmoetten. Het erve Verbecke, waar zich vroeger een jeneverstokerij bevond, ligt hier vlak bij.

Bij steen 16 stond vroeger een Twentse galg, die als afschrikking dienst deed. We komen nu bij de grensovergang “de Poppe”. Het oude douanekantoor stond verder richting Nederland, maar dit is in 1922 met een daverende knal de lucht in gevlogen, omdat daar een vrachtauto met knalkurken explodeerde.

Merkwaardig is, dat de Vrijdijk bij steen 24, tot 1945 niemandsland was. Sindsdien is deze weg Nederlands territorium. Als we verder gaan voorbij de grensovergang Rammelbeek, dan komen we bij steen 49, vroeger genummerd als steen 1 en genoemd de steen bij Hengebök. Deze steen is tevens markescheiding tussen Lattrop en Noord-Deurningen. Als we bij steen 50 komen, dan lag vroeger hier het grenskantoor Lattrop, genoemd als “Kommiezenhuis” waar op 3 juni 1819 de Kunstschilder Johan Barthold Jongkind werd geboren. Komen we bij steen 56, dan is dit een oude zandsteen en tevens markescheiding tussen de Hannoverse boerschappen Frensdorf en Grasdorf, alsmede scheidssteen tussen de Ober- en Nieder Grafschaft Bentheim. Ook stroomt hier een oude beek of riviertje de Riet. Een nakomeling van Westerhof vertelde ons, dat zijn ouders hun bruiloft aan de andere kant van de grens in een zandkuil hadden gehouden, omdat ze de jenever dan niet hoefden te smokkelen.

Grenssteen
Vanaf steen 68 gaat de grens in een rechte lijn verder tot aan de schoorsteen van de Hannoverse boer Maatman. In 1805 schreef F.F. van Raet van Bögelscamp: “Maatman ligt op de grens van het Bentheimsgericht Ulzen en het Twentsgericht Ootmarsum”. Daartoe hangt als teken in het midden van het huis een “hoal”. Als we bij het “Spiek” of Dinkelvonder komen is steen 72 tevens een scheidssteen tussen de Nederlandse boerschappen Brecklenkamp, Lattrop en Hezingen.

We komen nu bij de grensovergang Ootmarsum-Lage. Het vroegere Duitse douanekantoor heeft verder in de richting van Halle gelegen. We vervolgen de grens verder door de kamp van de Hannoverse boer Kemper, voorbij diens woonhuis over de weg van Ootmarsum naar Ulsen op een Keisteen, liggende in de oostelijke wal van de Paardemate, behorende aan de Hannoverse boer Holthuis.

Daar plaatste men steen 77. Dit punt wordt Holthuis Spieker genoemd. Hier droeg pastoor Smithuis, in de tijd van de reformatie, op zon- en feestdagen de Heilige Mis op, want zijn kapel op het erve Konink in Halle was dan te klein. De katholieke godsdienst was verboden en de kerk in Ootmarsum gesloten. De priesters moesten uitwijken naar de andere kant van de grens.

Pastoor Smithuis werd geboren bij het Lingsche Veer en studeerde bij de Jezuïeten te Münster. Na zijn wijding vertrok hij richting Nederland en belandde op zijn tocht bij het klooster Frenswegen. Hier werd hij op de hoogte gebracht van de toestand waarin de grote gemeente Ootmarsum zich bevond. Hij nam het herdersambt op zich en het klooster Frenswegen wees hem het erve Konink in Halle toe als standplaats. Van hieruit onderwees hij de mensen in het katholieke geloof en bracht hij vele verdwaalde “schaapjes” weer terug in de stal.

Hij bouwde eerst een kleine kapel op het erve Konink, maar op zon- en feestdagen week hij, vanwege de vele mensen, uit naar het boerenhuis, dat hij gehuurd had, genaamd Holthuis. Toen de burgemeesters van Ootmarsum eens op jacht waren in de buurt van Halle, vereerden ze pastoor Smithuis met een bezoek. Boven verwachting werden ze vriendelijk en gastvrij onthaald. De burgemeesters beklaagden hem om zijn eenvoudige woning en dat hij zo ver van zijn r.k. gemeente verwijderd was. Pastoor Smithuis maakte van de gelegenheid gebruik en vroeg of er geen vergunning te krijgen zou zijn om in Ootmarsum te wonen en daar de godsdienst uit te oefenen. En werkelijk na enige tijd kreeg hij verlof, dat hij en ook de wereldgeestelijken in het Gericht Ootmarsum mochten wonen. Hij huurde een huis in de stad aan de Zuiderpoort. Nu de huidige apotheek Schepers. Ook bouwde hij aan de buitenzijde een kleine kapel. De Kapelstraat dankt haar naam hieraan. Dit alles speelde zich af in 1701. (Geschiedenis van het Archidiaconaat en Aartspriesterschap Twente, geschreven door Geerdink).

In de nabijheid van de stenen 78-79 speelde zich een grensgeschil af en werd geregeld door het grensscheidingsverdrag van 1548. De onenigheid ontstond over het heiden, weiden, plaggen, maaien en het gebruik van de beek, de Medebeeke genoemd. Steen 82 is geplaatst aan de zogenaamde visvijver van de Scholte te Nielingen. Hier bouwde pastoor Smithuis een tweede kerkschuur in 1705. Dit erf lag op de grens van Vasse en Mander. Achter het oude erve Scholte Nieling loopt een Hessenweg, waarover de Hannekemaaiers vroeger Twente binnentrokken op weg naar het westen.

Verdergaand komen we bij het grenskantoor Getelo-Mander. In 1857 werd in de nabijheid van deze grensovergang een merkwaardige ontdekking gedaan. In een heuvel, gevormd door stukken turf, werden de skeletten van 3 mensen ontdekt. Ze lagen allemaal met het hoofd naar het noorden, een man, een vrouw en een kind van omstreeks 15 jaar. Ze lagen op huiden en het merkwaardige was, dat op al de drie skeletten bloemen lagen. Nog meer bloemen werden er in het graf gevonden. Dat er bloemen in een graf werden gevonden was iets heel bijzonders. Voor zover bekend zijn in Denemarken eveneens graven ontdekt, die bloemen bevatten en waarbij planten aan de overledenen werden meegegeven. Door de aanwezigheid van glas, dat zich in een pot naast het meisje bevond, kon de ouderdom vrij gemakkelijk worden bepaald, n.l. in de vierde eeuw van onze tijdsrekening. (P. Groenewold: Bruinhaar vroeger en nu).

Onze tocht eindigt bij een merkwaardige van drie zijden voorziene grenssteen van Bentheimer zandsteen, met de tekst Twente, Salland en Bentheim. Het is geen officiële grenssteen, want hij is niet genummerd. Deze steen is op advies van een Duitse boer daar geplaatst. Deze meende, dat de grens hier liep. Echter in 1779 werden de grenzen precies vastgelegd en steen 99 werd het punt waar de Graafschap Bentheim en die van de Overijsselse gewesten Salland en Twente samen komen. De driehoekige steen liet men staan waar hij stond.

Hopelijk heeft dit korte verslag U een indruk gegeven, waar wij als Geschiedenisgroep II mee bezig zijn geweest en ik kan U vertellen, dat we aan de tochten veel plezier hebben gehad.

Werkgroep Geschiedenis II.

Oorspronkelijke bron
Jaarboek Heemkunde 1987, pagina 20: Grensstenen

Dit artikel toont de tekst van de oorspronkelijke publicatie in het jaarboek. De opmaak kan voor deze webversie licht zijn aangepast. Veel afbeeldingen in deze artikelen zijn 'aanklikbaar', waarna een uitgebreidere beschrijving wordt getoond.

Ga naar de inhoudsopgave van 1987 →
Grensstenen
2026-10-24 04:02:55