Een bijzonder boek
WERKGROEP GESCHIEDENIS II
Het afgelopen jaar hebben wij ons wederom bezig gehouden met het onderzoek naar de “Geschiedenis van de parochie en kerk Ootmarsum”. Gezien het grote aantal boeken en archiefmateriaal, dat doorgewerkt moet worden vordert dit slechts langzaam. Wij zullen hiermee doorgaan. Onze groep heeft voor de zomermaanden een nieuwe dia-serie gemaakt.
H.J.M. Kamp, leider
EEN BIJZONDER BOEK
Tijdens een van de bijeenkomsten van de Werkgroep Geschiedenis II kwam ons een boek onder ogen over de jaren 1561-1615, hetgeen bij nadere bestudering het oude rekeningboek van de kerk van Ootmarsum bleek te zijn, ook wel genoemd “Het register der kerkelijke goederen”. Hierin wordt door de pastoor samen met een kerkmeester verantwoording afgelegd van de inkomsten waarop de kerk recht had en de gedane uitgaven.
Het interessante van dit boek is dat het de woelige tijd van de overgang van de kerk van katholieke in protestantse handen bestrijkt. Het begint met de verantwoording over het jaar 1561-’62 van Pasen tot Pasen en wordt dan ondertekend door Fredericus van Delden, pastoor. Deze houdt het boek bij tot zondag Quasimodo 1580 (zondag na Pasen). Joannico (Jan) van Coetwick legt op 22-4-1582 op zondag verantwoording af voor 1580 t/m Pasen 1582. Hij ondertekent dan als vice curator (waarnemend pastoor). Op zondag Quasimodo 1583 tekent hij voor het laatst. In 1585 op zondag Quasimodo ondertekent Selko Sinnema ook voor 1583 en 1584. In 1595 ondertekent Selko Sinnema voor het laatst.
Nu komen we in de tijd dat in Ootmarsum de reformatie begint, hetgeen ook in dit boek duidelijk te merken is. De regelmatig van Pasen tot Pasen afgelegde verantwoording wordt onderbroken. Ook al in 1593 werd de verantwoording over 1592 en ’93 niet door Sinnema ondertekend, waarschijnlijk omdat Prins Maurits toen korte tijd Ootmarsum bezet hield. In 1597 verovert Maurits Ootmarsum opnieuw.
Het volgende stuk in ons boek begint met de afwijkende titel “Reckenschap van der kercken op die jaren 97-98-99” en wordt in 1600 door Fredericus van Delden ondertekend. Volgens pastoor Geerdink moest pastoor F. van Delden in 1597 en opvolgende jaren 11 schepel rogge afstaan aan “de nyen predikant” Adolf van Besten.
De rekeningen over de nu volgende jaren worden alle op de volgende manier begonnen: “Rekeninge der kercken tho Othmersen dorch my Frederick van Delden, pastor und Johan Soestes, kerckmaister en berekent van Paschen anno 1600 bis up Paschen anno 1601” aan het einde ondertekend door Frederik van Delden.
In 1601 is er een synode van de Classis van Deventer in Oldenzaal waar alle pastoors uit Twente werden ontboden, ook Frederik van Delden. Hen werd gelast de nieuwe leer te prediken of de registers der kerkelijke goederen (het onderhavige boek) over te geven. Omdat de meeste pastoors niet reageerden werd hen een maand bedenktijd gegeven. In 1602-1603 begint F. van Delden als vicarius van St. Johannis en de rekening wordt ondertekend in 1603 door Otto Giessen als pastoor. Dat was de dominee Giessen als pastor; 1604-’05 beginnen Engelbert Cronenborch en Berdt Westenagel als kerkmeesteren en ondertekent in 1605 Valerius Rostdorp, “predicus tho Othmersem”. Van Delden is nu blijkbaar helemaal aan de kant gezet, maar de herovering van Oldenzaal in 1605 door de Spaanse troepen bracht hierin verandering, zodat in 1606 F. van Delden weer als pastoor ondertekent.
De volgende jaren worden alle rekeningen door hem begonnen en door het kerkbestuur ondertekend. Het laatste jaar in het boek is 1615.
Hierna volgen wij enige tijd de lotgevallen van het boek uit andere bronnen. Hoewel na 1615 nog wel conflicten voor kwamen, kon Fredricus van Delden met zijn kapelaan Robert ten Ham zich nog enigszins handhaven. Hieraan kwam een einde in 1633 door de opzegging van de Staten Generaal van het Interim Roosendaal en werd “Frederik van Delden, paepsche pastor en Roberti Ham, cappelaen tot Oetmarsen” de kerkdienst verboden. Er werd een nieuwe dominee Bernardus Nijhoff benoemd en het onderhavige zal aan hem zijn overgegaan. De oude pastoor van Delden bleef in het bezit van de vicarie van St. Johannis tot aan zijn dood in 1636.
Het boek heeft nog een keer een wisseling meegemaakt en wel in 1672 toen Bisschop Bernard van Galen Ootmarsum bezet hield. De dominee Abraham van Laer hield in het kerkeraadsboek een verslag bij. Hieruit o.a. het volgende: “28 augustus 1672 in het huis van vrouw Meyers de registers der kerkgoederen moeten overgeven; 3 october 1672 heeft Generaal Nagel op aanraden der papen onzen kerkebeker met geweld van mij geprest en dezen aan de papen overgegeven. Op denzelfden dag heeft de deken ter Hoente van Oldenzaal twee ruiters gezonden tot het executeren van registers die wij aan den paap reeds hadden overgegeven; 20 maart 1674 zijn de Munsterschen vertrokken en wij hebben van stonden af onzen kerkbeker van den papist teruggeeischt en gekregen.”
Het boek “de registers” zal hierbij ook wel overgegeven zijn en is van toen af aan in het bezit der gereformeerde gemeente gebleven.
Werkgroep Geschiedenis II
Oorspronkelijke bron
Jaarboek Heemkunde 1988, pagina 19: Een bijzonder boekDit artikel toont de tekst van de oorspronkelijke publicatie in het jaarboek. De opmaak kan voor deze webversie licht zijn aangepast. Veel afbeeldingen in deze artikelen zijn 'aanklikbaar', waarna een uitgebreidere beschrijving wordt getoond.
Ga naar de inhoudsopgave van 1988 →

